Betoog vaststelling Omgevingsvisie 2022, raadsverg. 21 dec. 2021

Betoog Omgevingsvisie 2022

Geachte voorzitter,

Beuningen Nu & Morgen heeft met verbazing de totstandkoming van de Omgevingswet bekeken. Onze woonomgeving, onze natuur, is decennialang niet alleen gevormd, maar ook beschermd met structuurvisies, ruimtelijke ontwikkelingsplannen, bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daaraan gekoppeld de rechtsbescherming voor belanghebbenden, met de Raad van State als gezaghebbend eindpunt. Een structuur die voor iedereen die iets wilde ondernemen, duidelijk was. Waarom zou je die overboord kieperen? Drie woorden staan centraal. Marktwerking, wantrouwen en het “individu”.

Marktwerking
Ik verwijs eerst naar de marktwerking. Sinds ongeveer 30 jaar is een beweging gaande die strijdt tegen overheidsregels en overheidsbemoeienis. Die beweging vindt, dat de markt alles kan en moet regelen. Wij maken aan den lijve mee, voorzitter, wat deze uitgangspunten in de praktijk van alledag betekenen. Bij de ouderenzorg, bij het openbaar vervoer, bij het wonen, bij de jeugdzorg, in de psychiatrie. Het openbaar vervoer heeft zich teruggetrokken uit de dorpen. De ouderen die even niet meer thuis kunnen wonen maar ook nog niet toe zijn aan een verpleeghuis, vallen tussen de wal en het schip want de verzorgingshuizen zijn wegbezuinigd. Verwarde personen maken soms buurten onveilig want hun opvang is wegbezuinigd. Jeugdzorg is een puinhoop geworden. Noodzakelijke huishoudelijke hulp een jurysport met het sociaal team noodgedwongen als jury. Lost “de markt” deze problemen op? Niet wanneer er niks meer verdiend kan worden. Dan is de overheid weer goed genoeg om met de portemonnee te rammelen. Met subsidies voor ondernemers, met extra uitgaven voor wegbezuinigde IC’s.

Wantrouwen
We werden in de afgelopen decennia gedwongen, ondernemer te worden van ons eigen leven. Dat heeft goede kanten gehad maar ook heel slechte. Deze beweging is ervan overtuigd, dat mensen problemen alleen kunnen oplossen wanneer zij daartoe geprikkeld worden met geld. Misschien overdrijf ik nu voorzitter, maar niet zelden gaat deze opvatting gepaard met diepgeworteld wantrouwen tegen mensen die niet mee kunnen komen: dat zijn dan allemaal profiteurs. Voorzitter, dieper dan de toeslagen-affaire kan de overheid niet zinken. Het wantrouwen van je eigen inwoners en het overdreven vertrouwen in de marktwerking, dit kost ons allemaal heel, heel erg veel reparatiegeld.

Het individu of… we pikken het niet meer

Voorzitter, wij hebben ons in die zeventig jaar ook ontwikkeld. We zijn gemiddeld genomen hoger opgeleid, steeds meer mensen slagen erin verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leven want, voorzitter, de welvaart is sinds de tweede wereldoorlog enorm toegenomen. Maar we zijn ook veeleisender geworden, we pikken het vaak niet meer iets langer te moeten wachten of om “nee” te horen te krijgen. Zelfs niet tegenover hulpverleners. Een rechter die uitspreekt dat de overheid zich aan de eigen klimaatregels en afspraken moet houden is “lastig” voorzitter. We pikken het niet meer wanneer de overheid opvang regelt voor vluchtelingen. We pikken het niet meer wanneer de overheid ons beperkingen oplegt ter bescherming van onze ouderen en kwetsbaren. En voorzitter, we moeten in de ogen van sommigen liefst gaan geloven dat onze veelgeprezen en onafhankelijke rechterlijke macht niet deugt.

Onderhandelingswet
En nu dan, voorzitter, is deze beweging van “marktaanhangers” en “wantrouwers” toe aan het voorlopige sluitstuk van haar hervormingen van de samenleving. Want ons veel geroemde wettelijke systeem voor ruimtelijke ontwikkeling gaat op de schop. Natuurlijk, voorzitter, is er ergernis over langdurige procedures. Soms duren gewenste ontwikkelingen, zoals woningbouw, of de aanleg van een vliegveld of van een energiecentrale, daardoor erg lang, ook in onze ogen. Aan de andere kant boden en bieden de bestaande ruimtelijke procedures ons bescherming tegen ongewenste ontwikkelingen. Bij het uitvoeren van deze wetten is uiteindelijk een systeem ontstaan van checks & balances, voorzitter, ingebouwd in de wet.

Voorzitter, De Omgevingswet is een “onderhandelingswet”. Als we niet in staat zijn goed te onderhandelen over het lapje grond naast ons, dan moeten we niet gek staan te kijken wanneer er iets wordt gebouwd waar we veel hinder van kunnen ondervinden. Daarom is het belangrijk dat de gemeenteraad voldoende waarborgen inbouwt voor een goede ruimtelijke ontwikkeling.

Oeverwallen als voorbeeld
Denk aan de mooie plekjes, een van de drie waarden die we hebben meegekregen van onze inwoners. Met de oeverwallen als voorbeeld. Tot nu is geregeld dat daar geen woningen gebouwd mogen worden tenzij er sprake is van de sloop van bijgebouwen. Dan mag er, zeer terughoudend, “iets”. Vanaf nu willen we beperkte mogelijkheid bieden. Daarbij is “verantwoorde ruimtelijke inpassing” niet scherp genoeg als criterium. Want een aanvulling met een cluster van bijvoorbeeld 8 woningen op één erf leidt tot plm. 20 extra bewoners op dat ene erf met alle consequenties van dien. Wij menen dat het nodig is een maximum vast te stellen voor het aantal woningen dat erbij mag komen in de oeverwallen. Bovendien vinden we, dat er in de oeverwallen op één erf geen nieuw gehucht moet ontstaan. We geven de voorkeur aan het benoemen van een maximaal aantal woningen op één erf. Daarmee denken we de eventuele negatieve effecten voor de leefbaarheid en het speciale karakter van de oeverwallen, binnen de perken te kunnen houden. We horen graag hoe het college aankijkt tegen deze grenzen.

Met dit betoog, voorzitter, heb ik willen aangeven waarom wij als lokale partij grote bedenkingen hebben bij de Omgevingswet. En waarom wij als lokale partij hechten aan overheidsbemoeienis bij het beschermen van onze inwoners tegen ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen. We zijn blij in het langdurig voortraject van dit raadsvoorstel Omgevingsvisie te hebben gemerkt dat de fracties in meerderheid kiezen voor deze voorzichtige introductie van de Omgevingsvisie, de Omgevingsprogramma’s en de Omgevingsvergunningen. De Omgevingsvisie wordt om de 5 jaar opnieuw tegen het licht gehouden. Voorzitter, we horen graag hoe het college zich een dergelijke evaluatie voorstelt. Wij denken dat daarbij niet alleen ambtenaren en raadsleden moeten bedenken of dit een succes is geworden want dat lijkt te veel op de slager die zijn eigen vlees keurt. We vinden dat bij die evaluatie inwoners en ondernemers betrokken moeten worden. We vinden verder dat het goed zou zijn als er onafhankelijk wordt gekeken naar de resultaten van de Omgevingsvisie en naar de manier waarop die in de praktijk is gebracht.

Dank u voorzitter

Veel raadsleden ondersteunden dit betoog. Het college heeft onder meer naar aanleiding van dit betoog toegezegd:

·         Dat woningbouw in de oeverwallen mondjesmaat zal plaatsvinden en dat daarbij specifieke eisen gesteld worden aan ruimtelijke inpassing (we noemen dat maatwerk). Verder heeft het college toegezegd dat er geen sprake zal zijn van grootschalige woningbouw in de oeverwallen en zeker niet denkt aan clusters van 10 woningen.

Verder heeft het college toegezegd, dat evaluatie van de Omgevingsvisie start uiterlijk na 4 jaar en dat hierbij inwoners en ondernemers betrokken worden. Verder heeft het college niet bestreden dat dit gebeurt m.b.v. onafhankelijk onderzoek.

 

22 december 2021

Eric van Ewijk

Fractievoorzitter

Comments are closed.